Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

Bijnamen voor Aardenburgers: what's in a name?

Leo Ducheine Aardenburg
De inwoners van een oude stad als Aardenburg kregen in de loop der tijden verschillende bijnamen. Spot en jaloezie waren daarvan meestal de oorzaak. Onze vriend Leo Ducheine (foto hiernaast) uit Aardenburg schreef er dit mooie stukje over:
 
► De bekendste spotnaam is natuurlijk Kikkers”. Gaat die terug naar de kleding van “de leden der Aardenburgsche fanfare die bij plechtige gelegenheden een groene jas en dito pet droegen?” Ze deden de kijkers (vooral die van Sluis?)    denken “aan een zekere kikvorsch, de Boom- of Klimvorsch, Hyla arborea, die immers groen van kleur is”.
Maar “Kikkers” zou er volgens anderen ook op kunnen wijzen dat “de Aardenburgers in hun spreken veel gebruik maken van ‘k-ik,zeggende bijvoorbeeld: ‘k hebbe ‘k-ik.”
Was deze bijnaam vroeger spottend bedoeld, tegenwoordig is het een naam geworden die met trots gedragen wordt. Uitingen daarvan zijn de kikkerfontein op het Kaaiplein en de uitreiking van de Kikkerorde aan verdienstelijke inwoners.

Nog meer bijnamen

► Een heel andere naam komt uit een lied waarin Zeeuwse (en Hollandse) bijnamen bezongen worden op de wijze van Katootje die kon maken wat ze wou. En wat denk je? “Zij maakte daar een Aardenburgenaar; “Koekhapperszijn Aardenburgenaars”. Het lied werd vertolkt door een “ouwe polderjongen”.
► Het kan natuurlijk ook negatiever. In een geschrift uit de vijftiende eeuw worden de inwoners van Aardenburg uitgemaakt voor Leugenaars”. Vanwaar deze naam? Wel, als we het verhaal mogen geloven was aan één van de vier stadspoorten een zonnewijzer aangebracht. Door mindere weersomstandigheden en slecht onderhoud was de wijzer vast komen te zitten! Daardoor gaf deze steeds dezelfde tijd aan en kregen de inwoners deze spotnaam.
Een vreemd verhaal, want bij een zonneklok zit de wijzer toch  altijd vast!
► Soms werden inwoners van Aardenburg ook uitgemaakt voor Slijkscheppers. Waarom dat was en wanneer is in de loop van de geschiedenis het verdwenen?
► Zeker niet als spot bedoeld is de uitdrukking Hij is naar Aardenburg. Het betekent: “Hij heeft zijn vasten burg in de aarde. Men zegt het dus van den doode”. De verdere tekst verklaart nog: “Aardenburg [..] komt hier alleen als woordspeling voor. De spreekwijze geldt in Zuid-Beveland”.
 
Bronnen:
J. Cornelissen, Nederlandsche volkshumor op stad en dorp, land en volk, Antwerpen, 1937.
M. Evenhuis, De mooiste Zeeuwse mythen en sagen, Hoevelaken 2001.
A. Willeboordse, ’t Steedje, Aardenburg 2002 en 2003.