Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

Rattenbestrijding

Damme/BruggeRicky Begeyn debuteerde in 2003 met Cercle Brugge in de hoogste voetbalafdeling, kreeg niets dan lovende kritieken, werd door de supporters verkozen tot beste speler van het seizoen en was zelfs in beeld bij de Rode Duivels. Maar na een conflict met Harm van Veldhoven sloeg Begeyn de Cercledeur achter zich dicht. Voetballen doet de 33-jarige Bruggeling niet meer. "Maar het begint weer te kriebelen." Ricky Begeyn, van doelman van Cercle Brugge tot rattenvanger in de polders.

* * ** * ** * ** * *

Vrijdagmorgen, Sint-Kruis. Stipt om negen uur stopt een gele Renault Kangoo, Dienst Rattenbestrijding, aan het kruispunt van de Aardenburgseweg en de Spijkerwegel. Achter het stuur zit Ricky Begeyn, kakigroene broek en strak zwart T-shirt, rattenvanger in de Nieuwe Polder van Blankenberge en de Damse Polder, twee openbare besturen bevoegd voor de kwantitatieve waterhuishouding. Op maandag, dinsdag en woensdag doorkruist de ex-doelman een gebied van om en bij de 20.000 hectare - Blankenberge, Bredene, Brugge, De Haan, Jabbeke, Oudenburg en Zuienkerke - , op donderdag en vrijdag is een deel van de Damse Polder - 2.000 hectare - zijn werkterrein. "Stap in. Ik toon je mijn ronde."

Het kleine bestelwagentje slingert zich door de Polderstraat en de Gemeneweideweg-Noord, waar Ricky Begeyn om de zoveel minuten de rattenvallen - klemmen en gifbuizen - aanwijst. "Vrij kalm... In de winter, wanneer het eten schaars is, pakken we meer ratten. Nu kunnen ze zich te goed doen aan de vruchten. Maar aan de Broekweg zit er toch al eentje in een klem. Misschien iets voor de foto straks ?"

Begeyn vertelt enthousiast over zijn nieuwe job. Hij was twaalf jaar Securitasbewakingsagent op de site van de gasterminal van Fluxys, waar hij urenlang naar videoschermen staarde. Tijd voor iets anders, vond hij. Van een vriend hoorde Begeyn dat er een vacature voor rattenvanger was. "Mooie job hoor. Geen stress, in de natuur, de verandering van de seizoenen..." Ricky Begeyn vertelt hoe zijn vader erop hamerde dat hij, zelfs als doelman in eerste nationale, zijn job nooit mocht opgeven. "Om toch maar een beetje zekerheid te hebben, zei hij. Ik was in mijn eerste seizoen in eerste klasse, 2003-2004, de enige speler die nog een job naast het voetbal had. De combinatie lukte vrij goed. Ik moest slechts af en toe een shift omwisselen."

Begeyn was voorbestemd om ooit op het hoogste niveau te spelen. Opgeleid bij Club Brugge, derde doelman na Dany Verlinden en Jürgen Belpaire. Langs de Damse Vaart, in 1810 op bevel van Napoleon gegraven, denkt hij terug aan het voorjaar van 1996, toen hij als doelman van de nationale beloftenploeg schitterde op het Tournoi Espoirs de Toulon. "Tegen David Beckham gespeeld. En een vrije trap 

uit de benedenhoek gehaald. (ernstig) Ik krijg nog altijd koud als ik eraan terugdenk. Jean-François Gillet, nu Rode Duivel, zat op de bank. En kijk welke carrière hij gemaakt heeft : hij speelt sinds 2000 bij Bari, in de Serie A, hé. In die periode heb ik ook aanbiedingen uit het buitenland gekregen. Van West Ham, waar ik tweede doelman zou worden, en van West Bromwich Albion. Maar ik was niet erg avontuurlijk."

Bijna vijftien jaar na het beloftentornooi in Toulon is Begeyn geen voetballer meer. In het tussenseizoen legde hij een aanbieding van KSV Roeselare naast zich neer. "Dennis van Wijk, met wie ik nog bij Cercle samenwerkte, zag in mij de ideale doublure van Jurgen Sierens. Geen cadeau... Sierens is zelden geblesseerd, de ploeg ging opnieuw een moeilijk seizoen tegemoet. En als je dan toch eens mag spelen, is de kans groot dat je vijf, zes goals pakt... En wat ben je met een mooie premie als je bijna nooit wint ?" Begeyn trok vorige zomer naar eersteprovincialer KSK Maldegem, waar zijn schoonbroer David Van Kerschaver speelde. "Geen goede keuze, neen. Na een match of tien

ben ik gestopt. Kotsbeu ! Die mentaliteit... (blaast) De eerste maanden was ik blij dat ik uit het wereldje weg was, nu begint het toch opnieuw te kriebelen."

De auto van de Vereniging van Vlaamse Polders en Wateringen, en gecofinancierd door de provincie, draait voor het Leopoldkanaal, De Stinker in de volksmond, naar rechts. "De polder voorbij De Blinker, het Schipdonkkanaal, wordt door iemand anders in de gaten gehouden." Op de achtergrond zingt Bob Geldof met The Boomtown Rats I don't like mondays. Morgen en zondag, vertelt Begeyn, gaat hij vissen op karpers, zijn hobby. "Vorig jaar heb ik er eentje gepakt van 17,6 kilogram. Een enorme kick ! Maar een exemplaar van 20 kilogram, een magische grens in het wereldje, heb ik nog nooit kunnen vangen." Misschien dit weekend ?

Opvallend : Begeyn ziet er afgetraind uit. "Ik fiets geregeld. 70 kilometer, aan een gemiddelde van 27 à 30 kilometer per uur. Of ik ga een uurtje lopen langs de Damse Vaart." Hij kan zo opnieuw onder de lat, zegt hij. Maar welke ploeg geeft hem straks een kans ? "Een paar maanden

geleden vroeg Jerko Tipuric of ik geïnteresseerd was om volgend seizoen in Poperinge te spelen. Natuurlijk. Maar vorige week hoorde ik dat zijn voorzitter de voorkeur aan een jongen van de streek gaf. Tja... Ik heb zelfs de kans niet gekregen om eens te spreken..." Voor de rest Het Grote Niets. Windstil. Geen enkele club is geïnteresseerd. Een rechtstreeks gevolg van zijn imago, denkt hij. "Een grote mond, een moeilijke kerel... Dat klopt niet ! Recht voor de raap, dat wel. Maar in het voetbal is dat blijkbaar een gevaarlijke eigenschap."

Via de dorpskern van Moerkerke rijdt Begeyn naar manege De Blauwe Zaal. Onderweg krijgt hij een telefoon van Antoine Wijffels, de dijkgraaf van de Damse Polder. Waar hij zich momenteel bevindt, wil zijn baas weten. Even later stopt Begeyn aan een watergang, waar hij naar een van zijn klemmen wijst. "Een bruine rat." Hij hijst zich in zijn pak en waadt door het water. "Vorige week had ik geluk. In een weiland liep een buffel, die meteen op mij afkwam. Ik was snel uit het water hoor..." De rat wordt uit de klem gehaald en in het veld achtergelaten. "Voor de roofvogels."

Ricky Begeyn denkt met plezier terug aan het kampioenenseizoen van Cercle Brugge, waarmee hij in mei 2003 naar de hoogste afdeling promoveerde. "Het seizoen erna was nóg mooier. In het tussenseizoen was er even sprake dat Filip De Wilde naar Cercle zou komen. Maar Jerko Tipuric en Filip Ducheyne, toen de sportieve baas, geloofden honderd procent in mij. Ik speelde een sterk seizoen, pakte veel punten, terwijl Nordin Jbari vóórin het verschil maakte. Anders was het aan de winterstop misschien al voorbij. Ongelofelijk dat we met dat ploegje in eerste konden blijven. Ik werd Speler van het Seizoen, Tipuric noemde mij een echte leider, een potentiële Rode Duivel zelfs. En plots zat Aimé Antheunis, de bondscoach, in de tribune. Ik stond een jaar lang in de schijnwerpers en mocht op het einde van het seizoen een nieuw contract tot 2009 tekenen. Ik dacht dat ik nooit meer ergens anders zou spelen. Een contract tot 2009 ! Dat was vorig jaar, hé..." Hij liet zich wel geregeld betrappen op een straffe uitspraak, beseft hij nu. "De journalisten wisten dat ik altijd wel íéts zou zeggen. Het hart op de tong, hé..."

Antoine Wijffels komt erbij staan. Zijn polder heeft de strijd tegen de muskusrat gewonnen, zegt hij. "Omdat muskusratten de oevers kapot bijten en holen graven, voeren we een nultolerantiebeleid. Enkele jaren geleden telden we in onze provincie nog meer dan 10.000 muskusratten. Dat aantal hebben we kunnen reduceren tot een paar honderd, vooral in de grensstreek met Nederland en Frankrijk, waar de controle nonchalanter is." Vorig jaar vond Begeyn welgeteld één muskusrat in zijn klemmen, zegt hij. "Waterkonijn, een lekkernij", vertelt Wijffels. "Bruine ratten zijn vooral een welvaartsprobleem. Er wordt te veel met eten gemorst." Maar het valt al bij al nog mee, zegt Begeyn. "Tussen de zeven en tien ratten per week."

Zijn gedachten flitsen naar september 2004, toen hij in de derby tegen Club Brugge vijf doelpunten om de oren kreeg en in de tweede helft Ricky, je bent vannacht weer dronken geweest door het stadion galmde. "Grappig, ja, maar ik voelde me die avond héél klein. Mensen die ik persoonlijk kende, vertelden achteraf dat ze meegezongen hadden. En in de weken die erop volgden,

was het telkens weer hetzelfde liedje... Ik was nochtans geen flierefluiter, ging zelden uit - nog altijd niet, trouwens - , soigneerde me goed. Maar Harm van Veldhoven zette me na twee zware nederlagen op de bank."

Harm van Veldhoven. De naam is gevallen. "De enige trainer met wie ik ooit problemen had. Het klikte gewoonweg niet. Hij wilde volgzame jongens, terwijl ik week na week in de schijnwerpers stond. Toen ik door Humo gevraagd werd om deel te nemen aan de Gouden Stud, noemde Van Veldhoven dat iets voor jeanetten. Allez, vooruit... Vital Borkelmans heeft me toen een paar keer moeten kalmeren. Rustig, Ricky. Kalm blijven. En toen zijn er harde woorden gevallen. Je gaat mijn carrière toch niet breken op basis van twee wedstrijden ? Dat kwam natuurlijk verkeerd aan. Van Veldhoven heeft mij gebroken, ja. Anderzijds : ik had een vuist in mijn zak moeten maken en doorbijten. Ik wierp de handdoek veel te snel. Maar je kan je aard ook niet verloochenen. Zonder Van Veldhoven speelde ik misschien nog altijd bij Cercle."

De wintergerst staat in bloei, in de lucht passeren enkele Canadese ganzen. Een probleem voor de polder, zegt Antoine Wijffels. "Canadese, Grauwe en Nijlganzen zijn agressiever dan de kolgans en de rietgans, de natuurlijke bewoners van de polder. Onze rattenvanger moet de eieren van de exoten opsporen, schudden en doorprikken, zodat ze geen jongen kunnen uitbroeden. Dat is toegestaan, ja. Het maakt zelfs deel uit van een Europees project."

Ricky Begeyn zet zich opnieuw in de auto en rijdt naar de Damse Vaart. Het waterpeil is goed. "Als het water te laag staat, moet ik hier een kraan opendraaien zodat de weilanden en natuurgebieden rond Damme genoeg water krijgen."

Hij maakte niet altijd de juiste keuze, zegt hij. Omdat hij niet meer door dezelfde deur kon met Harm van Veldhoven, werd hij uitgeleend aan FCV Dender, derde nationale. "Goede herinneringen." In de winterstop belde Yves Lejaeghere, voorzitter van KV Oostende. "Ik wou in Dender blijven omdat ik absoluut

kampioen wou spelen." Dat lukte. Waarna hij toch naar Oostende verkaste. "Ik dacht dat ik met Oostende meer kans had om terug te keren naar eerste klasse. Maar het was Dender dat promoveerde, terwijl ik met KV Oostende bijna naar derde klasse zakte." (lacht) Toen hij na een schouderblessure niet meteen zijn plaats onder de lat kon heroveren, koos hij voor de gemakkelijkste weg : vertrekken naar Verbroedering Meldert, derde klasse. "Sinds 1998 heb ik twee keer een half seizoen op de bank gezeten. Niets voor mij. Ik moet mij belangrijk voelen. Anders word ik ambetant."

Bij Meldert wordt Begeyn uitgeroepen tot beste doelman van derde nationale, de derby's tegen Aalst lokken 7.000 supporters, maar het besef groeit dat de schijnwerpers nooit meer op hem zullen staan. "Natuurlijk mis ik dat. Ik zou een leugenaar zijn als ik dat niet zou toegeven. Ik heb immens genoten van dat anderhalf seizoen in eerste klasse. Maar ik heb ook vastgesteld dat je beter een paling, een ja-knikker kunt zijn. Ik kan tenminste zeggen dat ik mezelf gebleven ben." I did it my way, zoals Frank Sinatra ooit zong. "Ja. En uiteindelijk is het toch ieder

voor zichzelf hoor. Ik heb nog geregeld telefonisch contact met Jimmy De Wulf, maar uiteindelijk heb ik aan het voetbal geen goede vrienden overgehouden. En ik heb geen behoefte om me vast te klampen aan mijn vorig leven." We nemen afscheid, Ricky Begeyn gaat verder met zijn ronde. "Misschien pak ik vandaag nog vier, vijf ratten."

Op de terugweg sturen we trots een sms'je naar een collega. 1 rat gevangen. Binnen de minuut krijgen we een bericht terug. Glen De Boeck ?

(bron: Brugs Handelsblad 28 mei 2010)