Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

Molens in Sint-Kruis

Pol  Declercq schreef dit artikel over Molens in Sint-Kruis (mei 2017):

"Molens": de middeleeuwse machines bij uitstek.


De standaardmolen diende niet alleen om  graan te malen, maar ook  om oliehoudend zaad (lijnzaad, raapzaad, koolzaad) te pletten en met houten stampers er olie uit te winnen en diende ook om water uit laaggelegen gebieden op te malen en deze gronden droog te leggen. (vb. Meetkerkse polder - de Moeren - "Neder"-land).

Niet iedereen mocht zo maar een molen bouwen en uitbaten. Het maalrecht in het graafschap Vlaanderen was domaniaal. Dit wil zeggen dat de graaf de toelating tot het oprichten van molens moest verlenen en daar dus octrooirechten kon opeisen via de ontvanger-generaal van de grafelijke domeinen. 

Soms waren er in een molen drie eigenaars: de eigenaar van de grond, de eigenaar van de vaste delen van de molen en de eigenaar van het draaiende werk. Daarom moest de pachter, die een molen in pacht nam, zich verbinden om het draaiende werk in goede staat te houden en daarenboven dit draaiende werk overnemen:  

bv: wat betreft de molen te St.-Kruis waarop Johannes De Vielder molenaar was en later de molen Debruyne werd: de molen zelf behoorde aan Pieter De Clercq, maar het draaiende werk was van pachter De Vielder. Pieter Slabbinck, meester molenmaker, schatte de kostprijs op 60 pond 11 schellingen 10 groten.

N.B. Veelal werd het domaniaal (grafelijk) maalrecht verleend aan een heerlijkheid. En dus waren de boeren, wonend op deze heerlijkheid, verplicht hun graan te laten malen op die molen.