Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

Molen Cattoor

Molen die tussen 1619 en 1625 op het Galgeveld in Sint-Kruis stond. De molen Cattoor wordt ook wel eens de molen van het Galgeveld genoemd. Je leest er hier een uitgebreid artikel over. Het was een houten korenwindmolen buiten de Kruispoort, "up de berghen ghenaempt 't Galgenvelt, west van de herberghe 't Smulleken".

Kort voor 1625 waaide de molen om. Lieven Cattoor bracht de onderdelen in 1625 over naar Koolkerke. Hij kocht in 1625 aan Pieter Mys en Catharina D'Hondt, een molenwal in het ambacht van Dudzele, in de parochie Koolkerke, zuid van de kerk, op de zuidzijde van de nieuwe vaart. Op deze wal plaatste hij in 1625 de molen die hij bij het Galgeveld te Sint-Kruis in 1619 had opgericht en die door  storm was omgewaaid. Hij gaf de nieuwe molen te Koolkerke in pacht aan Philip De Nayere.

Pol Declercq stuurde nog deze aanvullende informatie:

In het "Registre van huysen, muelens, erfve ende landt ghestaen ende ghelegen buyten de stade van Brugghe, binnen de paele ende schependomme van diere, tusschen de Speypoorte ofte Damsche poorte ende de Cruyspoorte, te weten tusschen de Damsche vaert ende den Aerdenburgschen heerwech (d.i. de huidige Moerkerke steenweg), ghemaect ende ter Halle ghepublieert den 21° van novembre 1579.
Op bladzijde 9 lezen wij: een coornewyntmuelen metten walle staende buyten de Cruyspoorte deser stede, bi der paele van schependomme van diere, pertinent Lieven Cattoir.
De 17e juni 1619 bezetten deze Lieven Cattoir en zijn echtgenote Joryne Vassemoet, op deze molen, die zij nieuwe hebben ghedaen maecken, een rente van 6 sch. 8 gr. sjaers, ten profyte van het ambocht van de muelenaers van Brugge: mits dat deze laatsten toestonden "vrij te maelene alle de graene die van buyter paele t'zijnder muelen zijn commende ende deselve vermoghen te gheriefen met multere in plaetse van graen zonder dat hij (de molenaar) zal vermoghen 'tselve te doen van eenighe inwonende van deser stede, noch oock te haelene ofte doen haelene eenich graen van poorters van dese stede, up peyne van wat door de keuren voorzien is, maer indien eenighe van de voorn. poorters lyberlick quaemen met behoorlicken teecken, de molen vermach deselve wel te maelene". Lieven Cattoir ondertekent deze akte van bezetting met de afbeelding van het molenijzer.


Dus :  Lieven Catoor en zijn echtgenote hebben op 17.06.1619 de molen als borg gegeven omdat zij ieder jaar een rente moeten betalen van 6 schellingen 8 penningen aan het ambacht van de gilde van de molenaars van Brugge. Mochten zij deze rente niet betalen dan zal de molen aangeslegen worden. Deze rente diende omdat Lieven het recht zou hebben om al het graan van buiten de" paelen of de paallanden" te mogen malen, alsook het graan dat hij als loon ontvangt (=multere). Hij zal echter geen  graan van de poorters of andere inwoners van  Brugge mogen gaan ophalen om te malen in zijn molen tenzij de poorter deze zelf vrij tot bij hem brengt.
Lieven ondertekende deze akte met het tekenen van het molenijzer (kon dus niet schrijven)
Kort  voor 1625 waaide de molen echter om (door "tempeest ende storm van wyndt), en wordt daar niet meer opgebouwd.
In 1625 koopt hij een molenwal te Koolkerke en hierop bouwt hij met de onderdelen van de molen van 't Galghevelt, een nieuwe molen.

NB. Hier zien we ook dat Sint-Kruis 2 galgenvelden had. Eén galgenveld langs de Brieversweg van de heerlijkheid Male en één "op de Berghen" (ongeveer  waar nu de OLV-kapel staat langs de Moerkerksesteenweg) van de heerlijkheid het Proosche van Sint-Donaas.