Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

De Reydeijckmolen

De  Reydeijckmolen, ook "Het Gouden Hoofd" genoemd, lag in het 2° begin van de "Watering vanden Broucke daer de meulenbilck ende meulewal ende de molen het Goudenhoof stond ." Dat is (in hedendaags Nederlands) langs de Damse Vaart en tussen de Gemeneweideweg-Noord en 't Apertje.

Reydeijckmolen: anekdote

In een akte op perkament dd 21.08.1594 maakt de watergraaf, Messire Robrecht du Celier, melding van de volgende overtreding. Hij stelt dat het aan niemand, die geen vrije  maalderij bezit, "gheoorloft en es eenighe muelene te ghebruijcken zonder alvooren van zijne Majesteijt dies gheauctoriseert verworfven thebben behoorlicke letteren van octrye daertoe dienende, up peine van dezelfde muelene te moeten afbreken tzijnen coste ende te verbeuren de boete van 20 carolus guldenen".
Nochtans heeft de watergraaf vastgesteld dat ene Olivier Meersman tegenwoordig een korenwindmolen gebruikt "upden dyck vanden oude Sweene" binnen Koolkerke en bovendien nog een andere windmolen, staande binnen de parochie van Sint-Kruis  "upden dyck vander Reye, talfweghe tusschen de steden van Brugghe ende Damme". Deze laatste molen was "eertyts vuytghegheven om olie te slaene, maer zonder behoorlick octroy." 
Meersman moet de molen stilleggen of anders "sal de Ryne ofte muelenyser van tusschen de steenen" worden weggenomen en zal de molen worden "toegezegeld."
In zijn verdediging verklaart Meersman dat de molen  "gheerigiert ende ghestaen [heeft] over de jaeren xxv" (dus opgericht rond 1540) en dat die is "van deen handt in dandere bij succesieve vercoopinghen ghebrocht ende continuelijck verpacht tallen oirbare soo wel om stampen als om malen."  
Het vonnis: inzake de "stampmuelene" te Sint-Kruis wordt Meersman veroordeeld daarmee geen graan meer te malen 'te dien fijne worden de steenen daerinne gheleyt' (=stilgelegd). Hij wordt bovendien veroordeeld tot een boete van 20 gulden, verhoogd met de proceskosten. (Hij mocht nog wel olie slaan.)