Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

luchtfoto google earth van Nieuwland sint-kruis

Inderdaad: Nieuwland is de goeie oplossing: vroeger werd Nieuwland 'het wezengesticht' genaamd, er is nog altijd een kapel in het gebouw. Bij ons is het vooral gekend om zijn hertenweide. Op het terrein zitten ook allerlei organisaties zoals VLAS. Meer lezen over Nieuwland kun je hieronder:


nieuwland sint-kruis kapel

De naam "Nieuwland" verwijst naar het eerste klooster van de zusters Ter Spermalie, met de naam Terra Nova, ca. 1200 gebouwd te Slijpe.


Hiernaast een foto uit juni 2014: kapel van Nieuwland 

Foto uit februari 2013:

-de afsluitende muur is afgebroken (die je nog middenin op de oude foto hieronder ziet)
-de twee bovenste verdiepingen van het gebouw zijn afgebroken 
 (op de oude foto 4 verdiepingen=rechtsboven op de foto)
 Zie ►1979 hieronder

nieuwland afgebroken verdiepingen

Wezengesticht - Nieuwland

(foto gevonden op internet)

      In de polders richten de zusters van de kindsheid van Maria ter Spermalie, gevestigd in de Snaggaardstraat in Brugge, in 1886 een bijhuis op met officiële benaming Het Gesticht van het H. Hart. In eerste instantie moet het gesticht dienen voor mentaal gehandicapte kinderen. Vrij snel, al vanaf 1893, leggen de zusters zich toe op het opvangen en opvoeden van verlaten kinderen en wezen. De kinderen gaan in dienst bij burgergezinnen of werken op boerderijen. Ze krijgen ook onderwijs, een bevoorrechte situatie t.o.v. de gewone kinderen die in die tijd meestal geen lager onderwijs kunnen volgen.
(29 juni 1886 staat vermeld als stichtingsdatum van Het Gesticht van het H. Hart, in de volksmond 't Wezengesticht,nu De Spycker en Nieuwland). Op 29 juli 1886 gingen vier zusters en 14 meisjes op Sint-Kruis wonen. Het waren de zusters Lucie, als verantwoordelijke, Eligia, Amelberga en Apollonia. Op 3 oktober 1890 werd een kleine (wordt later vervolgd!)

 
     En hoe verliep het intussen verder met Het Gesticht van het H. Hart? De school ondervond ook heel wat hinder in de Eerste Wereldoorlog. Op 9 september 1914 moest het gesticht onderdak verlenen aan maar liefst 500 soldaten, die 's nachts om twee uur, op het teken van de klaroen, weer moesten vertrekken. Tot half september verleenden de zusters logement aan een honderdtal vluchtelingen uit het Leuvense. Bij het naderen van het Duitse leger moesten ook zij hals over kop vertrekken. Op 13 oktober besloten de zusters de kinderen naar het neutrale Nederland te evacueren. Maar ze werden aan de grens tegengehouden, zodat er niets anders opzat dan terug te keren.

Bron: 150 Jaar Onderwijs in Sint-Kruis. Werkgroep Geschiedenis Sint-Kruis, Sint-Kruis 14- 15 - 16 september 2002

wezengesticht sint-kruis brugge gebouwd in 1886

Het "Wezengesticht". Om in de ellende te voorzien van talrijke verlaten kinderen stichtte kanunnik Naeghels in 1885 hetWezenhuis dat al op 29 juli 1886 door de zusters van Spermalie uit Brugge werd betrokken. Hier zie je de gang van het neogotisch gebouw met centraal de kapel.

kapel wezengesticht sint-kruis brugge binnenzicht in de kapel

Binnenzicht in de kapel. Wat opvalt is het hooggeplaatst altaar en de koorstoelen.

(bron 2 bovenstaande foto's: sint-kruis, geschiedenis van de brugse rand, uitg. mvd wiele, 1987)

Een recente foto van de binnenkant van de kapel vind je hier.

Wezengesticht sint-kruis brugge omstreeks 1900 meisjesspeelplaats

Gesticht van het H. Hart. Speelplaats van de meisjes circa 1900. (Verz. De Zusters van de Kindsheid van Maria ter Spemalie en vzw. Nieuwland.)

 

     Een 70-tal Duitse soldaten en 40 paarden namen hun intrek in het gesticht. Ze speelden piano en zongen hun liederen. Op 13 maart 1916 brachten een Duitse priester en een Duitse barones­verpleegster 28 kinderen uit Roeselare naar het gesticht in Sint-Kruis. Zij werden in de groep opgenomen.

     Op 4 januari 1917 hadden de Duitsers Brugse burgers opgeëist om in de weiden rond het gesticht putten te graven voor hun kanonnen. Er werd ook een barak voor 50 man gebouwd op de terreinen. De zoldervensters van de school werden gebruikt als uitkijkpost. Bij helder weer konden ze het gebied tot aan de haven in het oog houden. Op 29 februari werd de speelzaal in beslag genomen en op 21 april liet het Gemeentebestuur weten dat die niet meer ter beschikking stond van de school. Op 24 mei werden alle paarden opgeëist. Kortom, naarmate de oorlog vorderde, geraakte het Wezengesticht meer en meer betrokken bij het oorlogsgebeuren. Alles bleef rustig tot 14 januari 1917. Dan kwam het bevel dat de lokalen moesten ontruimd worden. Alle schoolgerei werd ondergebracht bij bevriende parochianen. Dertig zusters en 190 doofstomme kinderen, onder begeleiding van Duitse soldaten, werden met een speciale trein naar Antwerpen gevoerd. De reis duurde 8 uur, daar aangekomen werden de meisjes en de zusters ondergebracht in het gesticht "Sceurs de l' Espérance" in de Lamorinièrestraat. De jongens moesten met hun meesters en meesteressen naar het Stedelijke Wezenhuis in de Urletstraat.

     De kinderen van de Wezenschool waren ter plaatse gebleven, maar ook zij werden in december 1917 geëvacueerd. De 275 weesjongens werden ondergebracht bij de Zusters van Liefde in Zaffelare en de 124 meisjes werden onder begeleiding van de gendarmes naar Gent gevoerd. Op tweede paasdag 1918 kwam nieuw onheil over het gesticht toen een groot gedeelte van het dak afbrandde. Toen de zusters op 13 december 1918 terugkeerden naar Sint-Kruis vonden zij er een ware ravage. Er werd meer dan drie maanden gewerkt om het gesticht weer bewoonbaar te krijgen.

Gesticht van het H. Hart. Speelplaats van de jongens circa 1900. (Verz. De Zusters van de Kindsheid van Maria ter Spennalie en vzw. Nieuwland.)

Gesticht van het H. Hart. Speelplaats van de jongens circa 1900. (Verz. De Zusters van de Kindsheid van Maria ter Spemalie en vzw. Nieuwland.)

►In 1979 gereduceerd van vier tot de huidige twee bouwlagen.

De gebouwen rechts waren de ateliers van de vakschool van het H. Hart. (Verz. Zusters van de Kindsheid van Maria ter Spemialie en vzw. Nieuwland)

De gebouwen rechts waren de ateliers van de vakschool van het H. Hart. (Verz. Zusters van de Kindsheid van Maria ter Spermalie en vzw. Nieuwland)

     Ook in het Het Gesticht van het H. Hart gold de wet op de leerplicht. Vanaf 1920 was er een lagere school ingericht. Na de lagere school werden de jongens in de leer geplaatst bij een bekwaam ambachtsman. Geleidelijk werd er gedacht aan een vakschool binnen de muren van de wezenschool. In 1929 werd de vakschool opgericht door E.H. Maurits Corneillie. Hij stond bij de leerlingen bekend als het heilig pasterken. Aanvankelijk waren er drie afdelingen: kleermaken, schoonmaken en houtbewerkeng. In elke werkplaats kregen de leerlingen zowel theorie als praktijk. Leraars waren Jozef De Poot (kleermaken), Jules Lamote (schoenmaken) en René Stevens (houtbewerken). Later werd nog een afdeling bouw opgericht. Raphaël Gellynck stond in voor bouwkunde en vaktekenen, Jeröme Soens voor meetkunde. Er werd voor de vakschool een nieuwe vleugel gebouwd. Ook aan de meisjes werd er gedacht. Voor hen was er de afdeling Snit & Naad en Huishoudkunde. Men leerde er koken, wassen, strijken, verstellen, naaien en breien. Voor de oprichting van de vakschool kreeg het instituut een toelage van 10.000 frank van het Gemeentebestuur.

     Aanvankelijk was de vakschool uitsluitend bestemd voor wezen, later kwamen er ook andere leerlingen bij, zodat deze vakschool een zekere bloei kende. Er was echter nog altijd de mogelijkheid om tuinbouw, landbouw of smederij te volgen. In 1937 werd een nieuwe afdeling opgericht die uitsluitend bestemd was voor gehandicapte jongeren. Zij konden er een beroep leren aangepast aan hun bekwaamheid.

     De school werd bestuurd door de zusters en een priesterdirecteur. Aanvankelijk was dit kanunnik Petrus Naeghels van het hoofdhuis in de Snaggaardstraat in Brugge. Vanaf 1898 kreeg het Het Gesticht van het H. Hart een afzonderlijke directeur: E.H. Devaere (1898-1903), E.H. Van De Walle (1903-1907), E.H. Gallant (1907-1912), E.H. Billiauw (1912-1923), E.H. De Brabandere (1923-1928), E.H. Versavele (1928), E.H. Corneillie (1928-1936) en E.H. Durein (1936-1945).

Schoenmakersatelier in de vakschool van het H. Hart sint-kruis

Schoenmakersatelier in de vakschool van het H. Hart.
(Verz. De Zusters van de Kindsheid van Maria ter Spermalie en vzw. Nieuwland)

     Van 1900 tot 1934 was eerwaarde moeder Emerentiana Byttebier overste van het instituut, eerwaarde moeder Benoïte Willems volgde haar op van 1934 tot 1943. Zij werd op haar beurt opgevolgd door eerwaarde moeder Cecile Van Quickelberghe.

     De school had ook oog voor een aangename sfeer binnen de inrichting alhoewel het een vrij gesloten instelling was. Zo werden er in 1924 twee gaaipersen geplaatst waar de jongens zich konden oefenen in het boogschieten. Ook de omwonenden mochten van de gaaipersen gebruik maken. In 1928 werd er in de zaal van de jongens een radio geplaatst om op zon- en feestdagen naar muziek te luisteren.

 De Tweede Wereldoorlog veroorzaakte veel overlast voor de instelling maar tot bezetting kwam het niet. Het aantal leerlingen steeg zelfs, wie ingeschreven was in de vakschool ontsnapte aan de verplichte tewerkstelling in Duitsland. Op de dag van de diploma-uitreiking voor afgestudeerden viel de Gestapo binnen en eiste de leerlingen op om te gaan werken in Duitsland. Bijna iedereen kon ontvluchten. Heel wat kinderen verloren hun ouders als gevolg van bombardementen en deportatie waardoor het aantal bewoners nog toenam. Na de oorlog waren er veel kinderen van uiteengevallen gezinnen als gevolg van de repressie.

Naaiklas in het H. Hart wezengesticht sint-kruis brugge

Naaiklas in het H. Hart. De stoelen waren voorzien van voetbankjes zodat het handwerk gemakkelijker op de schoot kon rusten.

(Verz. Zusters van de Kindsheid van Maria ter Spermalie en vzw. Nieuwland)

     In 1968 werd Het Gesticht van het H. Hart omgedoopt tot Tehuis van het H. Hart. De boerderij die bij de school hoorde werd afgebroken. Vanaf 1970 werd er door de Zusters van de Kindsheid van Maria ter Spermalie overwogen het beleid van het tehuis over te dragen aan een nieuw op te richten vzw. Robert Verduyn, medepastoor van Sint-Kruis, die ervaring had in de jeugdzorg, kreeg in het voorjaar van 1972 de opdracht de vernieuwing vorm te geven. In 1964 had hij reeds de Morgenster, een tehuis voor oudere sociaal gehandicapte meisjes, opgericht op de gronden van het H. Hart. De nieuwe vzw. kreeg de naam Nieuwland, naar de naam van het eerste klooster van de Zusters ter Spermalie, Terra Nova, dat omstreeks 1200 in Slijpe werd gebouwd. Het doel van de nieuwe vereniging was opvoeding, bijstand en begeleiding van sociaal gehandicapte en/of familieloze jeugd.

Als gevolg van de nieuwe subsidiëringswet, die kleinere tehuizen in hun voortbestaan bedreigde, kwam het in juli 1974 tot een versmelting van de vzw. Morgenster en de vzw. Nieuwland. In april 1977 werd op initiatief van de congregatie een paviljoen gebouwd voor oudere jongens. In 1983 werd nog een stap verder gezet, een omzendbrief van 16 mei 1983 liet toe dat jongeren die aan de wettelijke voorwaarden voldeden buiten Nieuwland konden wonen. Ze werden vanuit het tehuis begeleid.

In 1969 werd er aan Nieuwland een B.L.O-school van het type-1 toegevoegd. Daarover lees je op de pagina Wonderwijs-De Spycker meer.

Theo mailde ons, via het contactformulier op de website, met deze vraag op 29/11/2014: "Zeg gewoon wat het zogezegde tehuis was; verlaten en wezen is een algemeen woord? Ik heb daar gezeten tussen 1962 en 1967 en kzeg je  een gevang had er niets aan. Omdat mijn ma overleden was staken ze me gewoon in de yale. Geen sociaal kontakt meer ,niets,weggestoken.,honger en veel slagen".