Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.


Wat schrijft De Morgen over de tentoonstelling Van Eyck tot Durer, die we met de buurtbewoners gaan bekijken? Lees het hieronder:

krant van vrijdag 12 november 2010

 

 

 

Overvloed en onbehagen in Brugge

Van Eyck tot Dürer is een bijzonder ambitieuze expositie die met bijna driehonderd (!) werken wil aantonen hoe in de vijftiende eeuw schilders in Midden- en Oost-Europa beïnvloed werden door de revolutionaire kunst van Jan van Eyck en Rogier van der Weyden.

door Eric Rinckhout

Brugge l

De expositie in het Brugse Groeningemuseum begint omstreeks 1432, het jaar waarin Van Eyck zijn Lam Gods voltooide, en eindigt met het bezoek dat Albrecht Dürer in 1520-’21 aan de Nederlanden bracht. Dürer was beïnvloed door de Vlaamse primitieven, maar de leidende kunstenaars in Antwerpen lieten zich toen op hun beurt graag door de prenten en beelden van de Duitse grootmeester inspireren.

Na de tentoonstelling Jan van Eyck, de Vlaamse primitieven en het Zuiden, die hij in 2002 maakte, wou Groeningeconservator Till-Holger Borchert de blik naar het oosten richten. Blijkbaar hebben de Vlaamse primitieven in de loop van de vijftiende eeuw hun schilderende collega’s in Centraal- en Oost-Europa ingrijpend beïnvloed. Het gaat om de regio die zich uitstrekt van het huidige Duitsland, Oostenrijk en Hongarije tot Polen en de Baltische staten.

De invloed van Van Eyck en zijn zogeheten ars nova(‘nieuwe kunst’) was zeer groot. Jan van Eyck (ca. 1390-1441) werd, samen met zijn vroeggestorven broer Hubert, begin vijftiende eeuw in de toenmalige wereld bejubeld als de uitvinder van de olieverfschilderkunst. Inmiddels weten we dat Van Eyck hooguit de olieverftechniek geperfectioneerd heeft. De traag drogende en licht glanzende olieverf stelde Van Eyck in staat een ongeëvenaarde levensechtheid in zijn schilderijen te bereiken. De faam van Van Eyck verspreidde zich snel: kunstenaars reisden naar Gent om er zijn meesterwerk Lam Gods te zien. Tegelijk circuleerden er in heel Europa prenten die gemaakt werden van schilderijen van Van Eyck en zijn collega’s, en aandacht hadden voor hun innovatieve composities.

Beeldenstorm

Ook de economie speelde een rol: Brugge was toentertijd hét handelscentrum ten noorden van de Alpen en was verbonden met een netwerk van oostelijke Hanzesteden. Kooplieden uit Oost-Europa vestigden zich in Brugge, lieten zich portretteren en bestelden religieus werk. De kunstmarkt veranderde langzaam, rijke handelaren en kooplieden kochten schilderijen voor hun huizen en daardoor trok Brugge nogal wat kunstenaars aan. Onder hen een zekere Hans Memling uit Seligenstadt, in de huidige Duitse deelstaat Hessen. Memling werd in 1465 burger van de stad. Op zijn beurt kreeg Memling de opdracht een retabel te schilderen voor een familie in Lübeck. En zo gingen invloeden heen en weer.

Een bijzonder boeiende figuur is Michiel Sittow, die omstreeks 1469 in Reval werd geboren, het huidige Tallinn. Hij reisde af naar Brugge, werd een soort ambulant schilder en slaagde er vooral in het idioom van Van Eyck te laten versmelten met zijn eigen achtergrond. Helaas is er in Brugge, te midden van die overweldigende beeldenstorm, maar één portret van hem te zien.

Tussen haakjes: eigenlijk waren ook de ‘Vlaamse’ primitieven ‘buitenlanders’: Van Eyck kwam vermoedelijk uit Limburg, Van der Weyden en Campin werden geboren in Doornik en Dieric Bouts kwam uit Haarlem.

Het Groeningemuseum snijdt dus een bijzonder interessant thema aan, maar slaagt er helaas niet in een overtuigende tentoonstelling te maken. De toeschouwer krijgt al in de eerste zaal een overvloed aan schilderijen en prenten te verwerken en weet niet waar eerst te kijken. In totaal driehonderd werken is niet te behappen. Elke ruimte puilt uit en de ophanging is nauwelijks gevarieerd, waardoor de toeschouwer zich eerder in een ouderwetse veilingzaal waant. De topwerken krijgen niet de ruimte die ze verdienen te midden van te veel ongelijk werk uit Midden- en Oost-Europa.

Absolute top

Maar het grootste probleem is dat een duidelijke verhaallijn ontbreekt. Nochtans kan het spel van beïnvloeding en overname van thema’s en motieven prima gevisualiseerd worden. Maar daarvoor hadden ze in elke zaal scherpe keuzes moeten maken. Een bezoekersgids is er niet - misschien brengt de audiogids wat soelaas - en de toeschouwer moet het doen met één compacte, niet altijd even heldere tekst per zaal. Ook landkaarten ontbreken: nochtans zou het handig zijn om wat geografische inlichtingen te krijgen over de belangrijkste handelssteden en de toenmalige staatkundige indeling van Europa, zeker in een expositie waar men het heeft over het Bourgondische rijk, Silezië, Zwaben, Bohemen en Frankenland.

In Brugge wordt een overdonderende veelheid aan schilderijen en prenten uit Oost- en Centraal-Europa samengebracht, maar dat lijkt te veel op museale krachtpatserij. Het voordeel is evenwel dat de toeschouwer echt ondergedompeld wordt in de middeleeuwse wereld van hel en verdoemenis, martelingen en kruisigingen.

En natuurlijk zijn er parels, soms van totaal onbekende schilders: een drieluik van de meester van het Stötteritzretabel, een Verrijzenis van de meester van het altaarstuk van Ehningen (direct beïnvloed door Bouts), een Kruisiging van Johannes Siebenbürger en de beelden van Tilman Riemenschneider, bijvoorbeeld. Tot de absolute top behoren een adembenemend en angstaanjagend tweeluik met het Laatste oordeel van Dieric Bouts (één paneel komt uit Rijsel, het andere uit het Louvre), een omfloerste biddende man die de onvolprezen Hugo van der Goes omstreeks 1475 met een fluwelen penseel lijkt te hebben geschilderd (afkomstig uit Baltimore), de vele uitstekende gravures van Martin Schongauer en het al vermelde mansportret van Michiel Sittow (uit Den Haag).

Martin Schongauer is beïnvloed door Rogier van der Weyden en beïnvloedt op zijn beurt kunstenaars in Oost-Europa én de Nederlanden. De cirkel is helemaal rond als Albrecht Dürer in 1521 de Nederlanden bezoekt. Hij neemt een 93-jarige Antwerpse man als model voor zijn schilderij van de Heilige Hiëronymus. Daarna kopiëren Antwerpse schilders als Quinten Metsys en Joos Van Cleve het Dürerschilderij, dat ze in de Antwerpse residentie van een Portugese koopman konden bewonderen. Zo eindigt de tentoonstelling, met ook nog een reeks prachtige gravures, tekeningen en portretten van Dürer. Op dat moment heb je helaas al zo’n 280 werken achter de rug. Dürer kun je dan ook niet meer als een climax ervaren.

Van Eyck tot Dürer, tot 30 januari 2011 in Groeningemuseum, Brugge. Dagelijks van 9.30 tot 18 uur, op maandag gesloten. Lannoo gaf de vuistdikke catalogus uit (550 p., 39 euro). Openbaar Kunstbezit OKV en Lannoo gaven samen een tentoonstellingsmagazine uit. www.bruggecentraal.be.