Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

Malelaten

We vroegen Pol Declercq, Sint-Kruizenaar met veel kennis van heemkunde, om wat uitleg over de herkomst van de naam van deze straat. Hij stuurde ons onderstaand artikel:

Malelatenstraat

"Laten" waren de onvrije bewoners van een heerlijkheid (=lijfeigenen). Hier in dit geval van de heerlijkheid Male. Op het grondgebied van de parochie Sint-Kruis waren er verschillende heerlijkheden: de heerlijkheid Male, Viven, het Sijsseelse, het Kanunnikse, het Proosse, het Hof van Praet, het Maandagse en nog enkele andere. Ze hadden elk hun eigen rechtspraak (weliswaar meestal afgeleid van deze van het Brugse Vrije). 
De "heer" had ten overstaan van zijn laten verscheidene rechten. (lees onder de afbeelding verder)

Op deze afbeelding zien we een aantal "laten", die zich kwamen aanmelden om herendiensten te verrichten.
Fragment van een miniatuur in Pierre de Crescent, Le livre des Profits champêtres, 15e eeuw, Bibliothèque de l’Arsenal, Parijs

 

1. De justitiële rechten:

a) Hogere, middele en lagere justitie:

Aangezien het hier over Male, een grote heerlijkheid, ging, had de heer de hogere, middele en lagere justitie, d.w.z. hij kon rechtspreken vanaf de kleinste boeten tot het halsrecht (doodstraf). 
De heerlijkheid ‘Het Maandagse’ daarentegen kon enkel de lagere justitie uitspreken, d.w.z. de kleine boeten tot 3 pond, b.v. bij twisten zonder bloedvergieten. 

Moordenaars, verkrachters, brandstichters ressorteerden onder de hogere justitie (dood met zwaard of rad).
Diefstal, doodslag en verminking vielen onder de middele justitie. 

b) Verbanningsrecht: gestraften verbannen uit de heerlijkheid.
c) Confiscatierecht: goederen van gestraften aanslaan.
d) Recht op het organiseren van doorgaande en stille waerhede (= het verzamelen van getuigenbewijzen over een bepaald misdrijf). Eenmaal per jaar organiseerde de heer echter ook de ‘doorgaande waerhede’ : dit was een jaarlijkse “algemene biecht” waarbij eenieder klacht kon indienen tegen om het even wie, die in zijn plichten tekortschoot.

2. Andere rechten

a) Het recht om bevel te voeren en de eventuele overtreders te bestraffen.
b) Banheerlijke rechten (banalités) :


- Banmolenrecht: water- en windmolens, men moest zijn graan laten malen in de 
   molen van de heer.
- Jachtrecht: jagherije, visserije, vogelrije.
- Vond- en legaengoed: alle gevonden en aangespoelde goederen kwamen de heer toe.
- Tolrecht: bij verkoop van dieren (meestal enkel op marktplaatsen).
- Straatschouwing of bereyt : controle op het onderhoud van de wegen.
- Benoemingsrecht: bv. van baljuw, griffier.
- in sommige heerlijkheden had de heer het recht om de huwelijksnacht door te brengen met de pasgehuwde vrouw

3. Grondheerlijke rechten

Deze rechten oefende de heer uit als grondheer over zijn laten .

a)Het beste hoofd: wanneer een laat overleed, had de heer het recht op het waardevolste stuk uit de roerende nalatenschap (een paard, een koe, een bed…)

b)Bastaardgoed: bij gebrek aan rechtstreekse erfgenamen kwam de nalatenschap aan de heer toe.

c) Stragiersgoed: verlaten goed, dat door niemand opgevorderd werd (b.v. omdat de rechthebbende gevlucht was van de heerlijkheid).

d) Dood- of sterfkoop: wanneer de cijnsgrond vererfde, diende de erfgenaam een bijkomende jaarcijns te betalen.

e) Wandelkoop: bij de verkoop van een cijnsgrond werd een verkoopbelasting geheven (6%) door de verkoper te betalen, terwijl de koper toekomstgeld à rato van één jaar cijns diende te betalen.

f) Volgrecht: wanneer een lijfeigene een heerlijkheid wilde verlaten, moest hij de toestemming vragen aan de heer en een kleine som als schadeloosstelling betalen.

g) Heerlijke rechten: hand- en spandiensten en karweien in dienst van de heer. Later werden deze omgezet in een geldsom.

h) Cijnspacht : De laten konden grond pachten aan de heer. Deze pacht was "eeuwig" en "erfelijk" mits het betalen van  een cijns en het voldoen aan bovenstaande rechten

 

Kortom, in een heerlijkheid oefende de heer de heerschappij uit als een kleine koning.