Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

Zoon Tom Timmerman vertelt over het leven van Antoon...

Net zoals papa de dokters verbaasd heeft op het einde van zijn leven, deed hij dat ook in het prille begin. Toen hij werd geboren in de herfst van 1936, was hij een 7-maandertje. De dokter gaf hem niet veel kans. Maar gelukkig wil zijn moeder, Eugénie Coene, van geen opgeven weten: ze legt hem letterlijk in de watten en bij de stoof en wrijft hem warm. 7 dagen op 7, 24u op 24, weken aan een stuk – tot haar eerstgeboren zoon er door komt en de dokter moet toegeven… dat er een mirakel is gebeurd. 

Wanneer papa 4 jaar is, begint de oorlog. Als kleine jongen krijgt hij de verantwoordelijkheid om in den duik een biggetje vet te mesten. Elke dag moest hij het eten geven, op een verborgen plek – tot het groot genoeg was om geslacht te worden. De kleine Toon doet trouw zijn plicht en –natuurlijk- op het moment dat het varken groot genoeg is wordt het gestolen… Papa vertelde graag hoe hij de staldeur open deed en hoe hij de stal leeg vond. Als jong gastje was hij er erg door aangedaan. 

Wanneer hij iets ouder is, is hij het onderwerp van een klein schandaaltje in het dorp. Als katholieke boerenzoon, moest hij ’s morgens de koeien melken. Maar als goede katholieke leerling, moest je ook ’s morgens naar de mis. 

Dus wordt beslist dat Antoon naar het gemeenschapsonderwijs moet, zodat hij kan blijven de koeien melken. Een boer kiest toch vaak zijn stiel eerst en de hemel laatst – dus was de pastoor in alle staten. 

Ik heb enkele dagen geleden zijn schoolrapport terug gevonden. 78% op honderd. 5de van de klas. Erg goed in Frans en rekenen. 
 
Tot hij met mama is getrouwd, is hij blijven werken op de boerderij van zijn ouders, waar nu onze nicht Nancy woont. De boerderij die nu prachtig is gerenoveerd. 

Nog voor hij mama kende, was papa al begonnen met aardappelen. Hij had een tweedehandse camionette van Coca-Cola waarmee hij rondreed – als echte patatten-boer. Hij wist dat zijn jongere broer, Robert, de boerderij wou overnemen en had dus beslist dat hij een aardappelbedrijf zou uitbouwen. Hij huurde de stallen van de klooster-zusters van Spermalie in de Polderstraat – daar waar nu zijn magazijn staat, waren vroeger stallen.

Op het moment dat hij met mama trouwde, kon hij de handel in pootaardappelen overnemen van Perquiy, langs de Damse Vaart en stelselmatig, beetje bij beetje begon zijn bedrijf te groeien. Toen ik geboren werd, in 1975, hebben mama en papa de boerderij kunnen kopen in de Polderstraat van de zusters. De stallen werden afgebroken en een magazijn gebouwd, met de hulp van heel de familie en schoonfamilie – in het bijzonder van nonkel Vic.

Trouwens: toen mama en papa in het huis in de Polderstraat gingen wonen, hadden ze niets, tenzij het kleine keukentje dat er stond. Geen meubels, niets; Nonkel Erik heeft toen in de vakschool een groot bed gemaakt van hout en een kamerbrede kleerkast. Tot op de dag van vandaag staat die kleerkast in de slaapkamer en wordt nog volop gebruikt. En het bed staat nu in het huisje van Iris als logeerbed. 

Iets wat hij toen al heel graag deed was barman spelen van de Schuttersgilde. Eerst in de chalet in de Spykerswegel, daarna aan de Gulden Kamer. Ik heb van horen zeggen dat de drank er erg rijkelijk kon vloeien. Papa heeft dat erg graag gedaan – het paste bij zijn hoffelijkheid ; en hij is er pas mee gestopt toen hij de handel van Teirlinck heeft overgepakt en het tweede magazijn heeft gebouwd.

Over drank gesproken. Elke woensdag ging papa naar de aardappelbeurs in Brussel. Pas toen ik zelf in Brussel woonde en papa me meenam naar die befaamde “aardappelbeurs” kwam ik te weten dat het geen échte beurs was, maar een café NAAST de Beurs van Brussel, waar alle aardappelhandelaren uit het land verzamelden om het één en ander te bespreken. En een pint te drinken. Dat verklaart misschien waarom hij ooit de verkeerde trein nam en wakker werd in Luik, in plaats van Brugge. 

Er is nog veel over papa te vertellen. Hoe graag hij danste. Zijn serre. Zijn stro. Hoe hij jaren trouw naar De Club ging en er bij was op Wembley in 78. Maar het belangrijkste waren en bleven de patatten. 

Jaar na jaar heeft papa zich bezig gehouden met de aardappelen. Zoals hij zelf zegt: “er waren goede jaren en er waren slechte. Je kon er veel aan verdienen en bitter weinig.” Maar het werk was altijd even groot. En het werk deed hij altijd even graag. Dat heeft hij letterlijk gezegd: “ik heb me geen moment beklaagd.” Werken voor zijn eigen zaak was het liefste wat hij deed. 

Tot bijna op de laatste dag. Pas toen het écht niet meer ging om te werken, had het voor hem geen zin meer. Toen is het snel gegaan. Werken was zijn reden om te leven. Zijn joy de vivre. 

Het einde van zijn leven was even verbazend als het begin. Zo ziek zijn, maar er toch geen moment aan denken om stil te zitten, neerslachtig te zijn of te klagen. 
Niet veel mensen kunnen sterven zoals ze hebben geleefd. Papa wel. “Ik aanvaard mijn lot. En ben content met mijn leven.” Wie dat kan zeggen, heeft een goed leven gehad. En dus moeten we blij zijn om het leven dat hij heeft geleefd, ook al zijn we nu triest – die blijdschap en dankbaarheid is wat we moeten onthouden.

Voor Antoon

Antoon had gevraagd of de mensen van het kerstzingen voor hem een lied wilden zingen op zijn begrafenis. Vooraf vertelde Leen over Antoon en wat hij betekende voor onze straat. Haar tekst kan je hier lezen. Het lied dat we zongen, kan je hier nog eens beluisteren, in een versie van 2011, bij Antoon en Cécile in hun stemmige woonkamer.

"Als iemand mij vraagt waar ik woon, dan zeg ik “in de Aardenburgseweg in Sint-Kruis. Meestal weten ze dat niet zijn. Als ik dan zeg: schuin tegenover Antoon Timmerman, de patattenboer in de Polderstraat, dan weten ze het meestal wel. Zo nu weten jullie allemaal waar wij wonen maar vanaf nu ga ik dat anders moeten uitleggen.
Als ik naar mijn werk vertrok, was Antoon meestal al buiten aan het werk en dan riep ik: Dag Antoon en hij zwaaide terug. Dan begon mijn werkdag goed. Overdag was er soms tijd voor een babbeltje want Antoon was altijd heel geïnteresseerd. 
Een groet, een babbeltje, Antoon op zijn Clark terwijl hij patatten lost van een gigantische vrachtwagen uit Nederland,  ik mis het nu al. En ik niet alleen, iedereen die dikwijls aan ons kruispunt passeert, zal Antoon daar missen.

Zule, Antoon op zijn Clark

We zullen hem ook missen op ons straatfeest in augustus en op ons nieuwjaarsontbijt in januari. Hier vooraan staat een witte steen  met daarop ‘up de zulle’. Deze steen is het symbool van de verbondenheid van de bewoners van de Aardenburgseweg. Onze straat heeft al 10 jaar een straatcomité en Antoon was een van de oprichters. Misschien vinden jullie dat raar want Antoon woonde in de Polderstraat en niet in de Aardenburgseweg.
Maar vanuit zijn huis en vanop zijn werkplek had Antoon een vol zicht op onze straat. Het licht van zijn Clark was als het licht van een vuurtoren en Antoon was onze trouwe wachter.

Zulle, Antoon krijgt de steen Zulle, steen bij Antoon en Cecile

Antoon was de geknipte man voor ons straatcomité: vriendelijk, altijd welgezind, ijverig en behulpzaam. Hij hield van mensen, van samen dingen doen, van bloemen en versieren, van dansen en pannenkoeken bakken. Voor ons vijfde straatfeest maakte hij een prachtig bloementapijt. Hij brouwde lekkere aperitiefjes en op het laatste nieuwjaarsontbijt bakte hij van die lekkere kleine pannenkoekjes.
En … hij had een camion. Elk jaar vervoerde hij tafels en stoelen voor ons straatfeest. Hij deed dat trouwens ook voor het schoolfeest van zijn andere buren, de school de Spycker, nu Wonderwijs. Zo was Antoon.

Zulle, Antoon op tractor
Zulle, dansen met Antoon

Hij was goed in mensen samenbrengen. Op een keer kwam hij met het voorstel om aan de vrouwen uit de straat een dans aan te leren die we dan zouden opvoeren tijdens ons straatfeest. In die tijd volgden Antoon en Cécile linedance, lijndansen. Niet voor de slanke lijn maar wel dansen op een lijn. Eerlijk gezegd stonden de dames uit de straat niet te springen maar Antoon kon heel overtuigend zijn. Zo gingen we schoorvoetend naar zijn grote hangar voor de eerste repetitie. Heel geduldig leerde Antoon ons de danspassen aan, die hele zomer lang, en het werd elke week gezelliger, vooral tijdens de pauze. 
Voor het straatfeest had Antoon voor een podium en een muziekinstallatie gezorgd, hij droeg een zwarte broek en een wit hemd en een rode bolletjessjaal en wij moesten ook allemaal zwart en witte kleren dragen. Onze dans was een groot succes en wij stonden te stralen met Antoon in ons midden. Zo was Antoon.

Ook deze week bracht hij ons weer samen. Hij had gevraagd of we met het straatkoor vandaag een lied willen zingen. Dus hebben we dinsdagavond bij ons thuis geoefend, het was gezellig en er werd met veel warmte over Antoon gepraat.
Ons straatkoor is geen echt koor. Elk jaar rond Kerstmis gaan wij ten huize bij wie ons uitnodigt in onze straat met stemmige muziek en liedjes. Elk jaar waren we te gast bij Antoon en Cecile. Vorig jaar had hij ons met aandrang gevraagd om hun huis als laatste aan te doen zodat we op het gemak konden blijven plakken … om pannenkoeken te eten. Zo’n stapel, zelf gebakken. Zo was Antoon.

Uit onze liedjes voor het kerstzingen hebben we een lied gekozen dat geen echt kerstlied is. Het is een wiegelied en het past op deze dag. "Sleep, my love, and peace attend thee, all through the night."  "Slaap mijn liefste, vrede vergezelt je, doorheen de nacht. Terwijl de wereld slaapt en de maan de wacht houdt, waak ik over jou."  ( een beetje zoals Antoon deed voor onze straat )
We zijn blij dat een paar stemmen ons straatkoor versterken. Als jullie desondanks toch een vals nootje horen of een bibberstem, denk dan gewoon, het zijn de buurvrouwen van Antoon en ze zijn wat van slag. Want dan zijn we, allemaal en heel onze straat met ons.

Slaap zacht, Antoon. En wees gerust, we zullen in onze straat over elkaar blijven waken."

Zulle, foto van Jürgen Dewitte

Antoon is gestorven

Zondagnacht is Antoon gestorven. De man die vanuit zijn huis en zijn werkplek over onze straat waakte. De man die van bij het begin lid was van ons straatcomité.

Met zijn camion vervoerde hij tafels en stoelen voor onze zomerse straatfeesten. Hij leerde ons dansen, bakte pannenkoeken op het ontbijt, maakte lekkere aperitiefjes, maakte een mini bloementapijt voor 5 jaar Zulle. Ook toen hij een stapje achteruit deed en niet meer actief was in ons comité, bleef hij, samen met Cecile, naar alle activiteiten komen.

Antoon was een zeer innemende man, altijd klaar voor een groet en een babbeltje als hij buiten aan het werk was tussen zijn zakken vol patatten. Iedereen van de straat die dikwijls op het kruispunt ( onze eerste zulle ) passeert, zal hem daar missen.

De dienst is zaterdag 1 augustus om 9u in de hoofdkerk in Sint-Kruis. Om hem te eren en op zijn vraag, zullen we met het groepje van kerstzingen, een lied voor hem zingen.

Het rouwbericht vind je hier.