Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

Bart over het kerstspel in 2016


Hieronder  laten we jullie iets lezen over het ontstaan en de betekenis van dit Oberufer-kerstspel
Uit de landstreek bij het Bodenmeer (huidige grens Duitsland/Zwitserland) waar de Rijn doorheen stroomt, vertrekken in de 16e en begin 17e eeuw groepen boeren richting het oosten. Zij strijken uiteindelijk neer in een gebied ten zuiden van Pressburg (Bratislava), wat nu de grensstreek is van Tsjechië, Oostenrijk en Hongarije. Eigenlijk is het gebied een eilandje, want het wordt aan de ene zijde begrensd door de Donau en aan de andere zijde door een aantal kleinere riviertjes. Op dit kleine, van de omgeving afgesloten stuk grond, ligt het dorp Oberufer. In en rond dat dorp bouwen de Duitstalige immigranten een bestaan op. De oorspronkelijke taal en cultuur van deze boeren blijven, door de geïsoleerde ligging van hun woongebied, eeuwenlang bewaard.
Voor de taalkundige Karl Julius Schröer was dat rond 1850 zo interessant dat hij er een studie van maakte. Hij ontdekte dat de boeren al eeuwen lang ook hun eigen kerstspelen opvoerden in de kersttijd. Spelen die, sinds hun immigratie in de 16e eeuw, wat taal en vorm betreft bijna ongewijzigd waren gebleven. Enkele liedteksten stamden zelfs van vóór die tijd, uit de 13e en 14e eeuw. In andere dorpen en streken in Midden- Europa werden dergelijke spelen ook opgevoerd, maar deze waren in de loop van de eeuwen beïnvloed door de veranderende tijdgeest. Ze waren immers niet in zo’n geïsoleerd gebied bewaard gebleven. Karl Julius Schröer heeft de teksten uit Oberufer verzameld en op schrift gesteld. Tot die tijd werden de teksten door de spelers zelf telkens overgeschreven en uit het hoofd geleerd. De teksten en de muziek van het kerstspel werden, evenals de kleding en de attributen van de spelers, bewaard door de ‘Meester’ van de spelen. Deze ‘regisseur’ had niets met de schoolmeester (tevens notaris) van doen, want die moest namelijk niets van de spelen hebben.
 
Na de oogsttijd zocht de ‘Meester’ geschikte mannen en jongens uit het dorp bij elkaar om de ‘kompanij’ (het spelersgezelschap) te vormen en vingen meteen de repetities aan. Alle rollen, inclusief die van de Maagd Maria, werden door mannen gespeeld. De spelers werden gedurende de repetitietijd en de tijd voor de opvoering, door de ‘Meester’ verplicht een eerzaam leven te leiden. Dat betekende dat ze geen schelmliederen zongen, geen alcohol dronken en niet de meisjes het hof maakten. Voor de uitverkoren boeren die mee mochten spelen was de deelname aan het kerstspel een grote eer.
Rond deze oude spelen leefde een sfeer van eenvoudige vroomheid, toewijding en plechtigheid. Een aardig detail is dat zowel protestanten als katholieken mee speelden en naar de spelen kwamen kijken. Een onderscheid in geloof werd niet gemaakt.
De spelen werden opgevoerd in de periode van de eerste Advent tot aan Driekoningen, elke zondag en alle feestdagen. Niet alleen in het eigen dorp werd gespeeld, maar ook werden naburige dorpen bezocht om daar te spelen.
Rudolf Steiner, de grondlegger van de Vrije Scholen, studeerde in de tachtiger jaren van de 19e eeuw aan de Technische Hogeschool in Wenen. Daar leerde hij Karl Julius Schröer kennen die er professor in de literatuurwetenschap was. Zo kwam Steiner in contact met het inmiddels op schrift gestelde ‘Kerstspel uit Oberufer’. Schröer las en droeg Steiner voor uit het kerstspel. Hij gebruikte daarbij de gebaren en mimiek die daar volgens zijn herinnering bij hoorden. Steiner werd zo gegrepen door het kerstspel dat hij het nieuw leven inblies. Hij bewerkte het enigszins. De verschillende delen waaruit het spel bestond, en die achter elkaar werden gespeeld, het Paradijsspel, het Geboortespel, het Herdersspel, het Driekoningenspel en het Vastenavondspel, haalde hij uit elkaar. Hij stelde ze als afzonderlijke delen op schrift om zo ook te worden opgevoerd. Ook in de tekst werd hier en daar voorzichtig een kleine aanpassing gedaan.
Steiner heeft het kerstspel uit Oberufer ook verschillende malen zelf geregisseerd en daarbij ook de regieaanwijzingen vastgelegd. Zo kwam het kerstspel uit Oberufer op de vrijescholen terecht. En zo wordt nu wereldwijd elk jaar op alle vrijescholen zowel het Geboorte- en Herdersspel, als het Kerstspel opgevoerd voor de kinderen en de ouders. Vaak wordt ook nog los het Paradijsspel en het Driekoningenspel gespeeld.
Het kerstspel is door Sanne Bruinier vertaald in het Nederlands. Ze heeft echter niet gekozen voor een exacte Middelnederlandse vertaling, maar gezocht naar oude dialectische uitdrukkingen uit verschillende taalperiodes die de ‘boerengemoedsstemming’ van de kerstspelen zo goed mogelijk benaderen. Zo worden wij door woord en beeld aangesproken in ons gevoel en kunnen wij door het zien van het kerstspel ‘gevoed’ worden.
 
De achtergronden van enkele rollen
Jozef en Maria leefden in een Esseense nederzetting, zij waren door priesters bij elkaar gezocht. Maria was erg jong, een jong meisje eigenlijk pas. Jozef was al flink op leeftijd. De Essenen gebruikten geen geld en geen wapens. In het voorjaar schouwt Maria een engelenwezen en het is “of haar hart zich verdubbelt.” Ze is rustig en vol oprechte verwachting.
Dan komt de boodschap dat iedereen naar zijn plaats van zijn geboorte moet om zich te laten registeren en er moet nog betaald worden ook…Jozef is vol zorgen, maar Maria spreekt hem moed in. Ze besluiten om de os te verkopen, waarop “ze al hope ende heul” gebouwd hadden. Gaandeweg wordt de tocht Maria te zwaar. Jozef praat haar het laatste stuk door. Nu is Jozef het meest hoopvol. Dan komen ze in de stad…
Er zijn in het spel drie waarden. De eerste waard is dik, zwaar, plomp, kortom onbeweeglijk. Hij komt ook niet voor hen op. Hij is te “vol”. De tweede poging een herberg te vinden levert een waard op van het azijntype: hard, koud en op gewin uit, snel inschattend dat het twee zwervers zijn. De derde waard is nieuwsgierig, komt op het geluid af en belooft onderdak in haar logement, iets wat ze later weer afzwakt…de schijnheilige dus. Uiteindelijk wordt het Kerstkind geboren op een armzalige plaats op de wereld: een vervallen, krakkemikkige stal.
De herders waren in de tijd de armsten: ze hoedden het vee van anderen. Ze leefden in verlatenheid en schaarste onder de blote hemel, “voor en na bij de schapen..” Gevoel en denken zijn één. Gallus is de wakkerste, eigenlijk observeert hij als een mens van de moderne tijd, hij weet alles met naam en toenaam.” Witok is getrouwd: …”mijn wief en lief mij niet gaan veur ik m’n schoenen hadde genaaid en belapt…”. Hij zit onder de plak, maar dat heeft ook voordelen, want hij brengt eten mee…Hij is wat ouder en de wijste. Hij is de “psycholoog”. Stiechel is de jongste. Hij wil concreet weten waar, wat en wanneer. Hij gaat, onmiddellijk op weg om het kind te zoeken, nog voordat hij heeft nagedacht over iets om aan het kind te schenken. Gallus roept hem terug. Ze gaan op zoek, brengen hun gaven… Wat later verlaten ze teder beroerd de stal, vervuld van gedachten én energie. Ze zullen het verder vertellen dat hét kind geboren is… maar ook ‘zich van hovaerdij af te wenden én deemoedigheid te betrachten. Wat een woord. Wat een opdracht.   
Als laatste komt Crispijn op. Hij ontving geen engelenboodschap, net als de mens van onze tijd…Hij heeft wel een gerucht vernomen. Hij ging op onderzoek uit. Is hij te laat? Op de vraag: “Hoe ver is het wel (tot het kind)?”, krijgt hij het op het eerste zicht grappige, maar feitelijk diepzinnig antwoord: “Tot ge er bént…!”  Hij schenkt het kind een “slip van zijn pelsvacht”, iets van zijn zelfverworven omhulling, zoals de mens van deze tijd met zelfverworven kwaliteiten een ontwikkelingsweg gaat, al is die nog zo bescheiden. Hij komt nog net op tijd.  Waarschijnlijk verlost van de volgeproptheid met “vreemde dingen”. Verlost van angsten, van egoïsme, van hardheid, van afstomping van het gevoel… Hij komt nog op tijd, want hij wil de weg gaan en is in ontwikkeling! Juist in een schamele stal, een eenvoudig geworden hart, is nog plaats voor een groeiend licht. 
We hopen dat we dit alles kunnen vertolken… ‘in een gezegend spel’. Mag ik jullie als buren van harte uitnodigen. Uiteraard is er voor- of nadien voorzien in een gezellige kerstdronk! 

Bart in 2015 over het Kerstspel

Bart Smis is regisseur van het jaarlijkse kerstspel van de Brugse Steinerschool. Hij vertelde al in december 2015 daarover:

"Voor wie in de kerstdagen op zoek wil gaan naar een authentiek kerstverhaal...
Doorheen de middeleeuwen ontstonden er meerdere tradities om het kerstverhaal ‘ten tonele’ te brengen. Vanaf eind september werd er ‘kompagnie’ gevormd om tegen de kerstdagen in herbergen te kunnen spelen. De teksten werden mondeling doorgegeven, met ernst én volkse humor. Eind 19° eeuw werd er in Oberüfer, een dorpje nabij Bratislava,  dergelijk spel opgetekend. Het bijzondere was dat dit dorp een protestantse enclave was te midden van katholiek gebied, waar de eigen traditie op minder vervormde wijze in stand gehouden werd. Waardoor ‘het spel’ dat daar gespeeld werd met grotere zekerheid verwijst naar oud-middeleeuwse tradities.
In de twintigste eeuw werd deze traditie op relatief onvervormde wijze verder gezet binnen de vele Steinerscholen. Ook de Brugse Steinerschool houdt deze traditie vast. Jaar na jaar wordt het spel voor de leerlingen van de school opgevoerd. Al meerdere jaren bekoort dit spel ook andere geïnteresseerden. Het is een spel van ‘ommegangen’ waarbij gezongen wordt wat er gespeeld zal worden. Volkse humor en diepere ernst spelen op bijzondere wijze op elkaar in. Zeker in het licht van zo veel vluchtende en naar veilig onderkomen zoekende mensen is het een bijzonder gegeven.
Komend weekend wordt het spel voor het tweede jaar zowel op zaterdag als zondag opgevoerd (ten dele) buiten, in Hoeve Hangerijn (uren en adres zie affiche). Ongeacht de weersomstandigheden word je meegevoerd langsheen meerdere locaties in de hoeve. De stal wordt omgevormd tot een middeleeuwse herberg, waar meerdere doedelzak- en andere muzikanten voor een eigen sfeer zorgen. Als je komt: kleed je warm!"


Bart Smis, bewoner van onze straat, legt zich intussen al jaren toe op de regie van dit spel. Hij nodigt jullie allen van harte uit op dit stukje ‘immaterieel erfgoed’.

Hieronder de uitnodiging van vorig jaar...

Een middeleeuws kerstspel.
Een moment van rust in de drukke eindejaarstijd.
Een verhaal van kracht en moed,
van vallen en opstaan,
maar ook van volkse grappen en plezier! 

Trek je warme kleren aan en laat ons spel je hart verwarmen!

Zaterdag 19 en zondag 20 december 2015
Inkom gratis voor jong en oud * Regie: straatbewoner Bart Smis (meer info hier)
Hoeve Hangerijn  Gemeneweideweg-Zuid 113, Assebroek
18u: Herberg met spijs en drank – 20u: kerstspel – 21.30u: muziek